Gina

32 jaar

We hadden het zwaar te verduren in Kinshasa. Ik heb er lang over nagedacht, maar uiteindelijk besliste ik om toch te vertrekken. Ik geraakte in Turkije waar ik een jaar ben gebleven en vervolgens stak ik over naar Griekenland. Van de 70 euro die we in het vluchtelingenkamp Moria per maand kregen, heb ik geld opzijgezet om een ticket naar Brussel te kunnen betalen.

Ik kwam aan in Charleroi met twee euro op zak. Een luchthavenmedewerker die Lingala sprak, vroeg me of ik hier familie had. Toen ik zei van niet, bracht hij me naar het Zuidstation. Ik had vier dagen in het station geslapen toen ik bij een restaurant mensen tegenkwam die ik Lingala hoorde spreken. Eén van de mannen in het gezelschap zei: ‘‘Kom met me mee”. En dus ben ik meegegaan naar zijn huis in Molenbeek. Ik vertelde hem mijn verhaal en hij nam me in huis. Hij woont alleen maar heeft kinderen en zijn vrouw kwam regelmatig op bezoek. Hij bracht me naar het OCMW waar ik mijn documenten heb getoond. Ze zouden me nog bellen. Ik had geen geld, niets om van te leven, dus at ik bij de man thuis. Na drie maanden wees het OCMW mijn aanvraag af. Toen heeft hij zijn adres gegeven en kon ik daar blijven. Hij was verliefd op me geworden. Maar zijn dochter en zijn vrouw wilden niet dat ik bleef. En dus moest ik vertrekken. Zonder te weten dat ik zwanger was.

Toen ik voor onderzoek naar Sint-Pieter ging, zei de man dat hij het kind ging erkennen, maar dat hij verder geen relatie meer met me wilde.De maatschappelijk assistente van het ziekenhuis heeft toen een plaats voor me gevonden bij Samusocial. Geld had ik niet, maar wat telde was dat ik een plek had om te slapen en te eten. Daar ben ik vijf maanden gebleven. Op de dag van de geboorte weigerde de man te komen, maar hij zou het kind erkennen zodat ik mijn rechten niet kwijtraakte. Hij ging naar de gemeente en ik kreeg de geboorteakte, de ziekteverzekering en alles. We hebben de documenten ingediend bij het OCMW en nu wachten we op de erkenning van mijn dochter Diana, maar ze hebben me nog niet gebeld.

Ondertussen verblijf ik in een hotel van het Rode Kruis. Ik zit geblokkeerd bij het OCMW omdat ik geen adres heb. Ik moet een plek vinden waar Diana en ik kunnen wonen. En om dat te doen heb je geld nodig. Een kamer kost 500 euro, plus twee maanden huur op voorhand, dus dat is 1.500 euro. We zijn blijven beroep indienen, maar we hebben nog niets gehoord. Als het OCMW weigert, wordt het heel moeilijk voor mij. Maar ik verlies de moed niet. Dat is het leven. Ik heb gezien hoe het leven in elkaar zit bij ons, in Afrika. Als je weggaat uit je eigen land, moet je niet terugkeren.

Hier in België kan ik alles aan. Ik wil een opleiding volgen en werken. In Kinshasa werkte ik. Ik ging poetsen. In Turkije werkte ik in een klerenfabriek. Het moeilijkste moment was de zwangerschap. Ik wist niet of de vader het kind zou erkennen. Zelfs de zee oversteken, was niet moeilijk : ik was op weg naar een toekomst. Maar die zwangerschap kwam onverwacht en ik ben helemaal alleen.

17 jaar
52 jaar
65 jaar
17 jaar
32 jaar
52 jaar
65 jaar