Hassan

17 jaar

Wij zijn uit Syrië, in de buurt van Aleppo. Ik ging er naar de lagere school. Maar toen gingen de scholen dicht door de bombardementen en besloot mijn vader te vertrekken. Turkije was het dichtstbij.We trokken naar een plek niet ver van de grens. Ik was negen.

We leerden er een boer kennen die voorstelde dat we voor hem zouden werken; hij zou ons kost en inwoning geven en op het einde van het jaar zouden we betaald krijgen. Maar toen het zover was, betaalde hij niet. We hebben een lening opgenomen om een appartement te huren. Mijn vader werd koerier. Mijn zus en ik werkten in een kledingfabriek. Omdat ook daar de baas ons niet betaalde, werden we door de eigenaar van het appartement op straat gezet. Daar stonden we dan, met een massa schulden en de gezondheid van mijn ouders had erg geleden onder het harde werken.

Om uit de ellende te komen, besloot mijn vader me naar Europa te sturen. Hij had een neef in Libanon die ook naar Europa wilde en we zouden samen reizen. Dat vertrek was het verschrikkelijkste moment van mijn leven. Ik moest om vijf uur vertrekken, toen iedereen nog sliep. Ik heb nog net mijn ouders gezien, in tranen. Ik stelde me de vraag of het echt nodig was om weg te gaan, maar ik kon niet meer terug.

Samen met de neef vertrok ik uit Edirne, een stad dicht bij de Griekse grens. We waren voor alles afhankelijk van de smokkelaars. Het was winter, en we hadden het koud, het regende, we liepen ‘s nachts zonder licht, raakten steeds de weg kwijt, werden achtervolgd door de politie en ik verloor al mijn spullen. Toen ben ik ziek geworden. Ik belde mijn familie en zei dat ik er niet meer tegen kon en dat ik naar de politie ging. Zij hebben me toen overtuigd om door te gaan, want na Griekenland, Kosovo en Albanië waren we nog maar twee dagen verwijderd van Servië.

We zijn twee maanden in Servië gebleven, in een vluchtelingenkamp. Een oom van mijn moeder betaalde 3.300 euro om ons vanuitServië naar Oostenrijk te helpen. De neef van mijn vader is in Oostenrijk gebleven om asiel aan te vragen. De meesten van ons trokken naar Nederland of Frankrijk, maar niemand ging naar België, waar ik een oom en een aantal neven heb. Een auto betaald door een oom in Duitsland kwam me halen maar na de eerste vijf kilometer in België zette de chauffeur me uit de auto ergens in een dorpje. Ik liep anderhalf uur rond zonder iemand te zien, tot er een politiebusje langsreed en de agenten in gesprek gingen via Google Translate. Ze vroegen me of ik honger of dorst had. Ik ben ingestapt en ze hebben me afgezet bij een station, waar ze me opdroegen om naar Brussel te gaan en daar asiel aan te vragen. Ze waren heel vriendelijk. Toen ik bij Samusocial aankwam, heb ik twee dagen geslapen zonder wakker te worden. Ik heb nog drie maanden spierpijn gehad.

De reis hiernaartoe was het ergste wat ik ooit heb meegemaakt. Ik wist niet dat er zoveel slechte mensen bestonden. Maar er zijn ook goede medemensen. Met de neef van mijn vader heb ik veel gepraat. En dan was er een jongen die me zijn slaapzak leende toen ik de mijne kwijt was, terwijl hij zelf onder de blote hemel heeft geslapen. In Brussel voel ik me thuis. Het allerbelangrijkste voor mij is om terug naar school te gaan en mijn schulden af te betalen aan de mensen die me geholpen hebben om hier te geraken. Mijn lievelingsplek? Het Atomium. Mijn droom? Voetballer worden. En een normaal leven leiden. Ik bel mijn moeder drie keer per dag. Dat heb ik nodig om positief te blijven. Ik probeer haar altijd gerust te stellen. Ik zeg altijd dat het goed met me gaat, ook als dat niet zo is.

32 jaar
52 jaar
65 jaar
17 jaar
32 jaar
52 jaar
65 jaar