Lahcene

52 jaar

Na mijn scheiding was ik erg van slag. Het enige waar ik aan kon denken was dat ik weg wilde uit Algerije. Het lot bracht me naar België. Ik reisde naar Spanje met het vliegtuig en dan naar België met een vrachtwagen, dat was tien jaar geleden. Ik werkte op bouwwerven en sliep op de werf zelf of in leegstaande gebouwen, elk van ons nam een kamer. Er waren vooral Marokkanen en Afrikanen, niet veel Algerijnen. We probeerden rond te komen, da’s alles.

Op een zeker moment kreeg ik iets griepachtigs. Eerst dacht ik dat het wel over zou gaan, maar na zes maanden ben ik ingestort. Toen ze het mij gezegd hebben, wist ik niet eens wat multiple sclerose was. Maar na twee of drie jaar ging mijn toestand achteruit en heb ik het begrepen. Het begon aan mijn linkerkant en vervaagde met de tijd. De artsen vertelden me dat er geen behandeling was die me kon genezen, alleen maar vertragen. Telkens opnieuw worden nu nieuwe behandelingen getest en ik ben nu aan de vierde begonnen. Eén keer per jaar ga ik naar het ziekenhuis voor een behandeling van vier, vijf dagen. Ik slik elke dag pillen en moet maandelijks bloed laten nemen. Om de drie maanden ga ik naar de neuroloog en één keer per jaar ga ik onder de scanner om te zien hoe de ziekte zich ontwikkelt. De kinesist is vlakbij het Zuidstation. Vroeger werd ik gebracht, maar sinds ik een scooter heb, red ik me zelf wel. Zo ga ik ook naar de markt, naar het winkelcentrum en naar de fitness. Ik blijf niet zitten kniezen.

België bevalt me wel, maar het is moeilijk om de moed erin te houden, want tot op vandaag ben ik nog altijd niet geregulariseerd. De eerste aanvraag is negen jaar geleden ingediend. Bij de rechtbank duurde het vier jaar voordat het dossier werd teruggestuurd naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik heb al veertien maanden niets gehoord. De advocaat heeft zelfs de federale ombudsman aangeschreven, die contact zou moeten opnemen met Vreemdelingenzaken, maar ik wacht nog steeds. Ik heb er wel goede hoop op, want de dokter heeft in het dossier vermeld dat ik in Algerije niet behandeld kan worden. Hier hebben ze me aan mijn hoofd geopereerd zodat mijn gezondheid niet verder verslechtert.

Wie niet met de ziekte vertrouwd is, beseft niet wat het betekent. Soms raak ik volledig van streek, maar ik probeer het niet te tonen aan anderen. Eén keer per jaar ga ik naar een bijeenkomst van de Multiple Sclerose Vereniging en daar heb ik mensen ontmoet bij wie de ziekte is gestopt, anderen die nog recht kunnen staan en weer anderen die in een rolstoel zitten. Ik ben al blij dat ik niet in de steek gelaten ben, ik sta niet op straat. Ik verblijf in het medisch centrum van Samusocial. Als ik terug moet naar Algerije, krijg ik geen verzorging meer. Van het moreel spreek ik zelfs niet.

Het is moeilijk om aan de toekomst te denken als je niet geregulariseerd bent. Zodra ik mijn regularisatie heb, kan ik mijn leven op orde brengen, dan kan ik verantwoordelijkheid tonen en mijn plaats overlaten aan mensen die het nodig hebben, om niet buiten te moeten slapen. Tot die tijd probeer ik mij geen illusies te maken. Om te beginnen moet je tegen jezelf zeggen dat je het gaat redden. De ziekte is een deel van mij. Ze stopt nooit, maar mijn verstand wil alleen de goede dingen onthouden. Mijn hoofd is geen vuilnisbak, het is een tuin, dat is wat ik zeg tegen de mensen.

17 jaar
32 jaar
65 jaar
17 jaar
32 jaar
52 jaar
65 jaar