Mariana

65 jaar

Ik ben Roemeense. Mijn moeder stierf toen ik 13 was en toen mijn vader hertrouwde, waren mijn broer en ik er plots teveel aan. Ik wilde bij het leger, maar dat weigerde hij. Dus studeerde ik voor boekhouder. Mijn eerste man kwam uit Zaïre, ik ontmoette hem tijdens zijn studie landbouwwetenschappen.

In 1982 trokken we naar Zaïre. Daar vond ik werk in een Belgische textielfabriek, als diensthoofd. Maar tot mijn grote verbazing werd van mij ook verwacht dat ik zou instaan voor de zevenentwintig familieleden die op ons stuk land woonden, terwijl mijn man ook andere vrouwen had. Toen heb ik gezegd : “Ofwel ik dien nu klacht in ofwel ik laat alles achter en ik vertrek met de kinderen.”De kinderen waren toen acht, vijf en vier jaar oud. Ik stuurde mijn zoon naar mijn broer in Roemenië. Die woonde daar in een appartement van mij. Voor mijzelf en mijn twee dochters vond ik een kamer in een staatshotel. Toen ik de scheiding aanvroeg, haalde mijn man al mijn spaargeld van de rekeningen. Dat heeft me zo aangegrepen dat ze me naar het ziekenhuis moesten brengen.

Toen maakte ik kennis met een man die met me wilde trouwen, maar ondertussen wekten mannen bij mij nog maar weinig vertrouwen. Hij heeft zes jaar op me gewacht en toen zijn we getrouwd. Hij was directeurgeneraal van de belastingen, maar toen Mobutu in 1997 moest vertrekken, zijn hij en drie andere adviseurs met gif vermoord. Wij hadden een zoon samen. De erfenis werd erg bemoeilijkt door het corrupte justitieapparaat, het was telkens weer iets nieuws. Als ik tenminste onze bezittingen had kunnen terugkrijgen, was ik met mijn eigen bedrijf gestart.

In Kinshasa had ik ondertussen een vereniging opgericht voor weduwen. In 2017 merkte ik bij het verlaten van een vergadering dat er een auto stopte. Twee mannen sleurden me erin, ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had. Maar toen één van hen mijn tas opende en de brieven vond die ik naar de administratie had gestuurd om weduwen te helpen, verontschuldigde hij zich.

Toen heeft mijn zoon me overtuigd dat het gevaarlijk was om nog te blijven. Onze paspoorten waren trouwens bijna verlopen. Na veel formaliteiten konden we eindelijk naar Roemenië voor nieuwe paspoorten. Toen we daar aankwamen, wees een luchthavenmedewerker naar mijn zoon en zei: ‘‘Wat is dat voor een aap? “. Ik heb toen mijn zoon tot bedaren moeten brengen.

Van mijn oudste zoon, die ons kwam ophalen op de luchthaven vernam ik dat mijn broer hem de deur had gewezen en mijn appartement had verkocht. Plots kon ik nergens meer heen. Mijn eerste dochter woonde destijds in Canada en de tweede in Brussel. Ik ben toen ingetrokken bij mijn dochter in Brussel, maar al snel bleek dat niet houdbaar. Dus stond ik weer op straat. Maar om een verblijfsvergunning te krijgen, heb je een adres nodig. Uiteindelijk kon ik mijn adres laten registreren bij Samusocial en sindsdien zoek ik naar werk. Alle dagen. De hele dag lang.

Sinds kort heb ik een schoonmaakjob in een restaurant en zijn de verblijfsdocumenten eindelijk in orde. Nu zoek ik een kamer. En dat is niet zo eenvoudig want ik verdien niet veel. Daarom wil ik graag een tweede job. Ik geef niet gemakkelijk op en ik geloof in God. Het pensioen kan me gestolen worden. Hoe oud denk je dat ik ben? 60? Ik ben er 65! Maar ik ben niet moe. Ik kan alles wat een man kan.

17 jaar
32 jaar
52 jaar
17 jaar
32 jaar
52 jaar
65 jaar